Nesrine (25) kwam op haar negentiende vanuit Tunesië naar Nederland om psychologie te studeren aan de Erasmus Universiteit en later sociologie. “Het ging over de mens, hoe zij denken en hun gedrag. Dat trok me.” Rotterdam vond ze vanaf het begin interessant, maar ook verwarrend. Ze kwam uit Tunis, uit een vertrouwde omgeving waarin ze wist wie ze was en hoe ze zich moest bewegen. In Nederland viel die vanzelfsprekendheid weg. “Ik voelde me heel verloren”, vertelt ze. “Ik wist wie ik was, maar alleen in een bepaalde omgeving. Hier kende ik die omgeving niet meer.” Die ervaring neemt ze nu mee de klas in. “De eerste vraag die ik vaak hoor is: ‘Waarom zijn we hier? Waarom doen we deze training?’ Die verwarring herken ik heel goed.”
- Familie
“Pas sinds ik hier woon, weet ik echt hoeveel mijn familie voor mij betekent”, zegt Nesrine. “Als je in je eigen land bent, omringd door de mensen van wie je houdt, neem je dat soms voor lief. En dan vertrek je, en voelt je leven ineens leger.” Dat gemis wordt vooral zichtbaar op momenten die feestelijk zouden moeten zijn. Tijdens Eid, tijdens Ramadan, of bij haar afstuderen. “Je staat daar en denkt: dit is zo’n belangrijk moment, maar het geluk is niet compleet, omdat mijn familie er niet bij is.” Alles wat ze doet, zegt ze, is ook voor hen. “Ze hebben zoveel voor mij opgeofferd. Ik wil iets teruggeven.”
In de klas herkent ze diezelfde kracht bij deelnemers. Veel mensen zitten daar niet alleen voor zichzelf, maar voor hun kinderen, hun partner of familieleden die nog moeten komen. “Ze vragen vaak meer over hun kinderen dan over zichzelf’, vertelt ze. “Over school, over DUO, over hoe dingen hier werken.” Familie zit dan niet letterlijk in het lokaal, maar is wel voortdurend aanwezig.
Het maakt haar ook milder als trainer. Als iemand moe is, afgeleid lijkt of niet meteen meedoet, trekt ze niet te snel conclusies. “Ik probeer altijd te denken: deze persoon heeft een leven buiten deze klas. Misschien kinderen, misschien verantwoordelijkheden, misschien zorgen.” Daarom wil ze dat de uren die deelnemers in de training doorbrengen, echt iets opleveren. “Ik wil de tijd die ze hier zijn de moeite waard maken.”
- Gelijkwaardigheid
Gelijkwaardigheid begint voor Nesrine bij luisteren. Niet alleen naar degene die het snelst antwoord geeft, maar juist ook naar wie stil blijft. “Ik probeer iedereen te horen”, zegt ze. “Maar vooral vrouwen.” In veel groepen merkt ze dat vrouwen in het begin minder snel reageren. Ze kijken mee, glimlachen soms, maar houden hun antwoord voor zich. “Ze zeggen snel: ‘Ik weet het niet.’ Maar ik zie aan hun gezicht dat ze wél iets denken.”
Dan blijft ze rustig proberen. “Ik zeg dan: nee, ik weet zeker dat je iets weet. Vertel ons wat je denkt.” Niet dwingend, eerder uitnodigend. Ze weet dat het soms tijd kost voordat iemand zich veilig genoeg voelt om te spreken. “Als het ijs eenmaal breekt, gaan ze steeds meer meedoen. Dat is heel mooi om te zien.”
Voor haar betekent gelijkwaardigheid ook dat deelnemers zichzelf niet hoeven achter te laten bij de deur van het klaslokaal. “Je neemt je cultuur, je ervaringen en je meningen mee. Maar hoe ik je behandel, verandert daar niet door. In de klas zijn we allemaal hetzelfde.” Zelf weet ze hoe lastig dat soms kan zijn. “Soms nemen oudere mannen mij niet meteen serieus, omdat ik jong ben en omdat ik een vrouw ben.” Ze probeert zichzelf dan niet groter te maken, maar ook niet kleiner. “Ik blijf gewoon mezelf.” Vaak verandert er na een paar lessen iets in de verhouding. Er komen grapjes en gesprekken. “Tijd helpt. Vertrouwen helpt.”
- Dialoog
“De dialoog aangaan is heel belangrijk”, zegt Nesrine steevast. “We behandelen iedereen gelijk, maar dat betekent niet dat iedereen dezelfde mening heeft.” In een klas met verschillende achtergronden kunnen opvattingen botsen. Soms is één opmerking genoeg om de sfeer te laten kantelen. “Eén kleine opmerking kan de hele energie in de ruimte veranderen.”
Daarom probeert ze vanaf het begin duidelijk te maken dat iedereen iets mag zeggen, maar niet op een manier die anderen kwetst. Als iemand iets heel stellig formuleert, haalt ze de uitspraak uit elkaar. “Dan vraag ik: bedoel je dit? Of bedoel je dat?” Daarna trekt ze het gesprek breder. “Misschien is er een ander perspectief in de ruimte. Wil iemand dat delen?’ Zo wordt een spannend moment geen botsing, maar eerder een oefening in luisteren.
Ook bij ingewikkelde onderwerpen zoekt ze naar dialoog. Bijvoorbeeld bij belastingen. “Veel deelnemers vragen: waarom moet mijn belasting naar iemand die niet werkt? Of naar iemand die ziek is?” Nesrine legt dan uit waar belastinggeld naartoe gaat: wegen, systemen, hulp, de dingen die mensen dagelijks zien. “En ik zeg ook: in onze eigen cultuur helpen we elkaar ook. Hier ziet het er anders uit, maar de waarde erachter is niet vreemd.”
Paspoortje
Naam: Nesrine
Leeftijd: 25 jaar
Geboren in: Tunis
Studie: Psychologie en Sociologie a
Favoriet eten: Tunesische couscous van haar oma
Favoriete plek: “Een lang strand in Tunesië”
Guilty pleasure: Zoetigheid en cheesecake, “ook al ben ik lactose-intolerant”